Familierecht

Als specialiste op het terrein van familierecht weet Fleur als geen ander dat de menselijke maat centraal staat. Zij staat u graag bij in alle denkbare geschillen op dit gebied: kwesties over afstamming (zoals erkenning en gerechtelijke vaststelling van het vaderschap), adoptie, omgangsregelingen en gezag, kinder– en partneralimentatie, ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, verdeling van (huwelijkse) gemeenschap, afwikkeling van huwelijkse voorwaarden, naamswijziging en echtscheiding (en ontbinding geregistreerd partnerschap en verbreking niet-geregistreerde relaties) behoren tot haar expertise.


Arbeidsrecht

Als werknemer is het lastig te weten waar u precies staat ten opzichte van uw werkgever, omdat u niet een gelijke positie aan de onderhandelingstafel heeft. Er zijn veel wettelijke waarborgen die niet zomaar door een arbeidscontract opzij gezet kunnen worden. Deze algemene regels gelden namelijk altijd, ongeacht wat u samen afspreekt. Bij vragen over uw contract of over een contractverlenging is het verstandig de afspraken van te voren door een advocaat te laten toetsen. Ook als u een geschil heeft met uw werkgever en er een procedure dreigt of al loopt helpt VIER advocaten u graag met als doel een optimaal resultaat voor u te bereiken.


Strafrecht

In het strafrecht heeft u een lastige positie ten opzichte van de politie en het Openbaar Ministerie. In de meeste gevallen is het zeer belangrijk dat u in een zo vroeg mogelijk stadium al overleg heeft met uw advocaat om precies te weten waar u verstandig aan doet. Neem dus voor het verhoor van de politie contact op met uw advocaat. Als u een dagvaarding heeft ontvangen en moet voorkomen staat VIER advocaten u natuurlijk graag bij. U kunt te allen tijde contact met ons opnemen om uw zaak te bespreken, ook in het weekend.

Heeft u een strafbeschikking ontvangen? U bent niet verplicht om daarmee akkoord te gaan en VIER advocaten adviseert u graag wat uw opties zijn. Zijn er spullen bij u in beslag genomen en wilt u deze terug? VIER advocaten kan voor u een klaagschrift indienen om ervoor te zorgen dat de zaak voor de rechter komt. Ook als u onterecht heeft vastgezeten en u een schadevergoeding daarvoor wilt ontvangen helpen wij u graag verder. Neem contact op om te vragen wat uw mogelijkheden zijn.

Het kan gebeuren dat u openstaande boetes (ook wel: cjib-boetes, gijzelingsboetes of mulderboetes genoemd) niet kunt betalen. In dat geval ontvangt u vaak een uitnodiging om te verschijnen bij de kantonrechter omdat de officier van justitie vordering tot gijzeling wil doen. Het blijft in zo’n geval vaak niet bij een vordering tot gijzeling voor één boete. Als u meerdere boetes onbetaald heeft gelaten kan de rechter besluiten u voor langere periode vast te zetten (te gijzelen) en als u simpelweg niet kunt betalen staat u sterker dan u misschien zult denken. Het treffen van een betalingsregeling met het CJIB om gijzeling te voorkomen biedt vaak al een oplossing. Maar ook als dat niet het geval is kan VIER advocaten u in deze lastige situatie een uitweg bieden door het opstarten van een kort geding tegen de uitvoering van die gijzeling.

Als de politie uw woning doorzoekt of binnenvalt kan het gebeuren dat daardoor schade optreedt. In veel gevallen is de politie daarvoor aansprakelijk, ook als zij toestemming hadden om de woning te doorzoeken. De politie is dan verplicht om schadevergoeding te betalen aan u (of bijvoorbeeld aan uw verhuurder als er schade is aan de gehuurde woning).


Jeugd(straf)recht

Nog meer dan in het ‘gewone’ strafrecht is het in het jeugdstrafrecht essentieel dat de advocaat zo snel mogelijk bij de zaak wordt betrokken. Vanaf het moment van aanhouding adviseert de advocaat de minderjarige en onderhoudt hij contact met de ouders van de minderjarige. Ook kan hij het verhoor bijwonen om de jeugdige verdachte met raad en daad bij te staan. Bij minderjarige verdachten wordt vaak een transactie of strafbeschikking aangeboden waardoor een zitting kan worden voorkomen en het is voor de minderjarige, en de ouders, belangrijk om te weten wat een verstandige keuze is. Onze advocaten adviseren u graag hierover. Wanneer het toch tot een zitting komt (bij de officier van justitie of de kinderrechter) staan wij vanzelfsprekend de minderjarige verdachte ook bij, waarbij in samenspraak met de jeugdige verdachte en ouders naar het beste resultaat wordt gestreefd.


Jeugdrecht – ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

Bij procedures over gezagsbeperkende maatregelen, zoals de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, is het van belang dat u van goede rechtsbijstand wordt voorzien. Vier Advocaten staat u hierin graag met raad en daad terzijde.


Verbintenissenrecht

Zonder het te beseffen sluit u in het dagelijkse leven vele overeenkomsten, die zonder problemen over en weer worden nagekomen. Maar pas als er iets misgaat in de nakoming van die afspraken merkt u hoe ingewikkeld de achterliggende wet- en regelgeving kan zijn. Het is daarom verstandig om juridisch advies in te winnen zodat u uw geschil zo snel mogelijk tot een goed einde kunt brengen.


Huurrecht

De huurder heeft in Nederland een vergaande juridische bescherming. Juridisch gelijk heeft de huurder dus in veel gevallen al. In sommige gevallen is het voor de huurder alleen lastig om ook dat gelijk te krijgen, omdat de verhuurder niet bereid is stappen te ondernemen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om problemen die voor u overlast veroorzaken (gebreken), of om een discussie over de hoogte van de huurprijs of servicekosten. En is het nu wel of niet toegestaan om uw woning (gedeeltelijk) onder te verhuren?


Dagvaardings- of verzoekschriftprocedure bij de rechtbank of de kantonrechter

Soms lukt het partijen niet om onderling het juridische probleem op te lossen, waardoor de gang naar de rechter de overgebleven stap is. VIER advocaten kan u in allerlei verschillende procedures met raad en daad terzijde staan.

VIER advocaten kan u zowel bijstaan in het geval u zelf wilt overgaan tot het opstarten van een procedure, als in het geval dat u moet voorkomen bij de rechter en u verweer wenst te voeren.

Afhankelijk van de aard van uw juridische probleem zullen wij samen met u een processtuk (verzoekschrift of dagvaarding) opstellen en u gedurende de gehele rechterlijke gang begeleiden.

Uiteraard staat uw belang in een dergelijke procedure voorop en houden wij altijd in het achterhoofd dat een schikking vaak de voorkeur heeft boven een rechterlijke uitspraak.

Dagvaardingsprocedure bij de rechtbank

Dagvaarden

Deze procedure begint met het uitbrengen van de dagvaarding door een deurwaarder. De deurwaarder bezorgt de dagvaarding (dat is het procesdocument waarin de eis staat en de argumenten waarop die eis is gebaseerd bij de partij die wordt gedagvaard. Die gedagvaarde partij wordt de gedaagde genoemd (als het om meer personen gaat heten die personen: gedaagden).

Een gedaagde partij kan zowel een natuurlijk persoon zijn, als een rechtspersoon (bijvoorbeeld een besloten vennootschap, een naamloze vennootschap of een stichting). Ook de eisende partij kan zowel een rechtspersoon, als een natuurlijk persoon zijne.

Sommige personen mogen niet zelf in een dagvaardingsprocedure optreden, denk bijvoorbeeld aan minderjarigen, onderbewindgestelden en ondercuratelegestelden. Die personen worden vertegenwoordigd door anderen, zoals in het geval van minderjarigen de ouders, in het geval van onderbewindgestelden de bewindvoerder en bij ondercuratelegestelden de curator.

Exploot

Nadat de deurwaarder de dagvaarding heeft bezorgd bij de gedaagde partij, ontvangt de eisende partij hiervan een afschrift. Dit afschrift bevat een betekend (=door de deurwaarder bezorgd) exemplaar van de dagvaarding, inclusief bijlagen. De bijlagen bij een dagvaarding worden producties genoemd. Zo’n afschrift van een door de deurwaarder bezorgd exemplaar wordt ‘exploot’ genoemd.

Aanbrengen

Dit exploot wordt door of namens de eisende partij naar de rechtbank gestuurd, die deze dagvaarding zal registreren op de agenda van de rechtbank. Die agenda van de rechtbank wordt de rolagenda, of kortweg ‘de rol’ genoemd. Het registreren van een uitgebrachte dagvaarding wordt ‘aanbrengen’ genoemd.

In sommige gevallen vergeet een eisende partij de dagvaarding aan te brengen. In dat geval is er (nog) geen man overboord; het is namelijk mogelijk een zogenaamd ‘herstelexploot’ te laten bezorgen door de deurwaarder. Dat herstelexploot is bedoeld om een aantal fouten te kunnen herstellen, zoals het vergeten van het aanbrengen van de dagvaarding, het vermelden van een onjuiste partijnaam of het vermelden van een onjuiste roldatum (dat is de datum waarop de zaak bij de rechtbank in de rolagenda wordt genoteerd).

Het is belangrijk dat de eisende partij vervolgens wel – op tijd – het originele exploot van de dagvaarding én het herstelexploot aanbrengt bij de rechtbank. De rechtbank zal daarna de zaak registreren en bekijken of de gedaagde partij, dan wel iemand namens de gedaagde partij, zich heeft gemeld op of voor de roldatum.

Regelmatig wordt Vier Advocaten gebeld en wordt er door iemand die is gedagvaard aangegeven dat diegene op een bepaalde datum ‘moet voorkomen’. In het civiele recht betekent dit ‘voorkomen’ niets meer of niets minder dan dat een gedaagde partij zichzelf kan melden bij de rechtbank. Bij kantonzaken mag dat persoonlijk en zowel schriftelijk, als mondeling en bij handelszaken door tussenkomst van een advocaat. Als zo’n gedaagde partij, of iemand namens de gedaagde partij, zich meldt dan wordt dat ‘stellen’ genoemd.

Verstek

Stelt zich niemand op of voor de roldatum, dan wordt er verstek verleend aan de gedaagde partij of partijen. Dit verstek verlenen doet de rechtbank niet zomaar; er moet wel aan alle eisen en formaliteiten zijn voldaan, voordat de rechtbank verstek verleend.

Het gevolg van verstek is dat er een datum wordt bepaald waarop de rechtbank vonnis zal gaan wijzen. In de tussenliggende periode – dus tussen de roldatum en de datum dat het vonnis staat ingepland – kan de gedaagde partij, of natuurlijk iemand namens de gedaagde partij, zich alsnog melden. Dan wordt het verstek gezuiverd en gaat de procedure door als ‘gewone’ procedure (zie hierna).

Meldt zich niemand namens de gedaagde partij, dan zal er een verstekvonnis volgen. In het algemeen geldt dat een rechtbank de vordering(en) van de eisende partij zal toewijzen in zo’n verstekvonnis, tenzij de rechtbank de vordering onrechtmatig (dus in strijd met de wet) of ongegrond (niet goed onderbouwd) vindt.

Dit verstekvonnis wordt door de rechtbank vervolgens naar de eisende partij gezonden en die zal proberen dit vonnis door te sturen naar de gedaagde partij of partijen, waarbij de gedaagde wordt verzocht te betalen (of te doen of te laten) wat er in het vonnis is toegewezen. Over het algemeen krijgt een gedaagde partij twee weken de tijd om vrijwillig aan een vonnis te voldoen.

Executie

Doet de gedaagde partij dat niet, dan zal de eisende partij een deurwaarder inschakelen. Die deurwaarder zal de uitspraak bij de gedaagde partij bezorgen (betekenen) en daarna mag de uitspraak uitgewonnen worden (‘geëxecuteerd’ worden).

Bij de executie van een uitspraak waarbij bijvoorbeeld een geldvordering is toegewezen, kan er in opdracht van de eisende partij beslag worden gelegd op de koopwoning van de gedaagde partij, of op de bankrekening van de gedaagde partij. De eisende partij mag over het algemeen net zo lang doorgaan met executeren, totdat de hele toegewezen vordering is betaald.

Verzet

Bij een verstekvonnis geldt nog dat als de gedaagde partij eigenlijk helemaal niet bekend was met de procedure, de gedaagde partij de mogelijkheid heeft om alsnog zich te melden in die procedure. Dat wordt ‘in verzet gaan’ genoemd. De wet biedt de gedaagde partij in dit geval verschillende mogelijkheden om in verzet te gaan. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in verzet te gaan als de uitspraak niet in persoon is betekend en er ook nog geen executiemaatregelen zijn uitgewonnen (dus: als er bijvoorbeeld nog geen geld is geïnd of als de woning nog niet is ontruimd).

Voor een gedaagde partij die een verstekvonnis heeft ontvangen, is het daarom belangrijk op tijd juridisch advies in te winnen om te bekijken of er nog mogelijkheden zijn tegen dit verstekvonnis op te komen. Vaker dan men zou denken, is het namelijk mogelijk in verzet te gaan. Neem daarover dus op tijd contact op met Vier Advocaten, zodat wij de juridische mogelijkheden voor u in kaart kunnen brengen en desgewenst actie kunnen ondernemen.

Verstek bij meerdere gedaagde partijen

De regels zitten weer net iets anders in elkaar als er meerdere partijen zijn en niet alle van die partijen verstek hebben laten gaan. In de wet staat namelijk bepaald dat als één van die partijen zich wel meldt in de procedure, de procedure geldt als ‘een procedure op tegenspraak’.

Een procedure op tegenspraak is een gebruikelijke procedure, waarbij de gedaagde partij (of een van hen) zich dus stelt en verweer gaat voeren in de procedure. Dat laatste hoeft overigens niet, maar is wel logisch.

Bij zo’n procedure op tegenspraak krijgt de gedaagde partij zich heeft gesteld een termijn van de rechtbank om een antwoord op de dagvaarding, ‘conclusie van antwoord’ genoemd, in te dienen.

Bij de handelsafdeling van de rechtbank is die termijn in eerste instantie zes weken en bij team kanton vier weken. Bij kantonzaken wordt over het algemeen een eerste uitstel van die termijn voor nog eens vier weken gegeven, bij de rechtbank is daar eerste overleg voor nodig met de eisende partij (zie de Procesreglementen).

Verweer; conclusie van antwoord en tegeneis

Uiteindelijk zal de gedaagde partij dus op de toegewezen datum, ook weer een ‘roldatum’, de conclusie van antwoord (inclusief producties) indienen. Het is voor de gedaagde partij mogelijk om in dit document niet alleen maar te reageren op de eis, maar ook om een eigen eis te stellen. Die eigen eis wordt een ‘eis in reconventie’ genoemd en het enige waaraan die eis moet voldoen, is dat die betrekking heeft op dezelfde partijen.

Verder verloop procedure

Nadat de gedaagde partij de conclusie van antwoord (eventueel met eis in reconventie) heeft ingediend zal de rechtbank in de regel een zitting, ‘mondelinge behandeling’ genoemd, inplannen.

In de tussenliggende periode zullen partijen vaak nog aanvullende bewijzen (‘stukken’ of ‘producties’ genoemd) insturen naar de rechtbank om hun eis, of juist verweer daartegen, nader te onderbouwen.

Is er een eis in reconventie ingesteld, dan heeft de oorspronkelijk eisende partij (die nu verweer is tegen de ‘tegeneis’) natuurlijk nog de mogelijkheid daar een reactie op in te dienen. Die reactie wordt ‘conclusie van antwoord in reconventie’ genoemd. De ‘gewone’ procedure wordt namelijk de procedure ‘in conventie’ genoemd.

Feiten en bewijs

In civiele procedures is het belangrijk te beseffen dat partijen vaak compleet verschillende denken over een bepaalde gebeurtenis (of gebeurtenissen) en de gevolgen daarvan. Het is aan partijen om de relevante feiten in hun processtukken te vermelden en van die feiten bewijs aan te bieden.

De algemene regel voor dit bewijs is dat degene die van een bepaalde stelling een rechtsgevolg inroept (bijvoorbeeld: de overeenkomst is niet goed nagekomen) het bewijs daarvan moet insturen. Dit insturen van bewijs (‘overleggen’ van bewijs genoemd) is een erg belangrijk instrument om een procedure positief af te kunnen ronden.

Wordt er namelijk onvoldoende bewijs ingediend, dan leidt dat er vaak toe dat een procedure wordt verloren. Verlies van een procedure betekent ook, dat er – over het algemeen – proceskosten betaald moeten worden aan de gedaagde partij. Die proceskosten bestaan uit het entreegeld dat betaald moet worden bij de rechtbank (‘griffierecht’ geheten, wat door de gedaagde partij in kantonzaken overigens niet betaald hoeft te worden), te vermeerderen met een bedrag dat volgens een puntensysteem is berekend (zie www.rechtspraak.nl etc.) voor de puntensysteem van zowel de rechtbank afdeling civiel, als de afdeling kanton.

Dient een eisende partij wel voldoende bewijs in voor toewijzing van de vordering, of wordt de onderbouwing van de eisende partij door de gedaagde partij helemaal niet ontkent (‘betwist’) dan betekent dit over het algemeen dat ofwel de gedaagde partij op haar beurt voldoende bewijs voor het verweer moet leveren, of dat de vorderingen van de eisende partij worden toegewezen.

Het is belangrijk te beseffen dat het bovenstaande een sterk vereenvoudigde weergave is van het bewijsrechtsysteem, maar in de kern komt het hierop neer: heeft de rechter voldoende (bewijs van) de feiten, dan zal de rechter het juiste rechtsoordeel geven, wat vaak leiden tot het gewenste rechtsgevolg (en uiteindelijk een winnende uitspraak).

Hoger Beroep

Het kan natuurlijk gebeuren dat u van mening bent (meer dan) voldoende bewijs te hebben ingestuurd waarop uw stellingen zijn gebaseerd, die stellingen ook voldoende te hebben toegelicht, maar dat de rechter u toch in het ongelijk stelt. In dat geval kunt u in hoger beroep tegen de uitspraak.

Hoger beroepstermijn

De termijn om in hoger beroep te komen tegen een vonnis (of beschikking) is drie maanden, gerekend vanaf de dag van de uitspraak. Alleen bij kort gedingen geldt een andere termijn, namelijk vier weken.

Deze termijnen zijn ‘keihard’ wat betekent dat het heel belangrijk is om tijd in actie te komen om hoger beroep in te stellen. Gebeurt dat niet en wordt er te laat hoger beroep ingesteld, dan is het hoger beroep niet ontvankelijk en staat de uitspraak van de rechtbank vast. Juridisch wordt zo’n vaststaande uitspraak een in kracht van gewijsde gegane uitspraak genoemd.

Enkel in een zeer uitzonderlijk geval kan dan nog iets tegen zo’n uitspraak gedaan worden, maar over het algemeen geldt dat een in kracht van gewijsde gegane uitspraak onaantastbaar is.

Verloop hoger beroep

In hoger beroep gelden veel dezelfde regels als bij de rechtbank. Maar de manier waarop de procedure in hoger beroep plaatsvindt kent wel enkele belangrijke verschillen.

Appeldagvaarding

Het eerste verschil zit in de dagvaarding waarmee hoger beroep wordt ingesteld (ook wel ‘appeldagvaarding’). Het is namelijk niet verplicht (en ook niet gebruikelijk) om in die dagvaarding een toelichting te geven op de reden dat hoger beroep wordt ingesteld.

Die dagvaarding is daarom vaak veel korter en formeler dan de dagvaarding die bij de rechtbank is uitgebracht (‘in eerste aanleg’). In de kern komt het erop neer dat in de hoger beroepsdagvaarding enkel staat dat degene die hoger beroep instelt (de ‘appellant’ het oneens is met de uitspraak (of uitspraken als er een of meerdere tussenvonnissen zijn gewezen) en dat diegene daartegen hoger instelt.

Natuurlijk staat ook de eis vermeld in die hoger beroepsdagvaarding, maar de toelichting op die eis (de ‘gronden’) en de bijlagen (producties) ontbreken vaak. Die worden namelijk over het algemeen pas veel later ingediend in het inhoudelijke processtuk van de eisende partij in hoger beroep, de ‘memorie van grieven’.

Als de appeldagvaarding door de deurwaarder is bezorgd bij de andere partij (‘geïntimeerde’ genoemd) of partijen (‘geïntimeerden’), dan wordt weer een afschrift daarvan door de deurwaarder naar de eisende partij gestuurd. Of beter gezegd: naar de advocaat van de eisende partij.

Verplichte procesvertegenwoordiging

Het is namelijk verplicht om in hoger beroep door een advocaat te worden bijgestaan, wat een ander groot verschil is met de procedure in eerste instantie. Bij kantonzaken mag een partij namelijk zelf procedure, of zich laten bijstaan door een deurwaarder, jurist, medewerker van een rechtsbijstandsverzekeraar die geen advocaat is, door een familielid of kennis (enzovoort). In hoger beroep, net als bij handelszaken bij de rechtbank, is dat niet toegestaan en is het verplicht om met een advocaat te procederen.

De advocaat zal de betekende appeldagvaarding, eventueel waar nodig samen met een herstelexploot of -exploten, insturen naar het Hof. Het Hof zal de zaak vervolgens op de rolagenda plaatsen, waarna de geïntimeerde (de gedaagde partij in hoger beroep dus) de mogelijkheid heeft zich – door tussenkomst van een advocaat -te ‘stellen’.

Vanaf nu loopt de procedure bij het Hof vaak anders dan bij de rechtbank.

Mondelinge behandeling na aanbrengen

Waar bij de rechtbank vaak pas een zitting (‘mondelinge behandeling’ genoemd) wordt ingepland nadat de inhoudelijke standpunten over en weer al zijn ingestuurd, gebeurt dat bij het Hof vaak andersom.

Eerst vindt er een mondelinge behandeling na aanbrengen plaats, wat dus betekent dat de zitting plaatsvindt kort nadat de dagvaarding is uitgebracht en op de rolagenda van het Hof is geregistreerd.

Zo’n mondelinge behandeling na aanbrengen dient om te bekijken wat nu precies de reden van het hoger beroep is geweest en of het niet mogelijk is dat partijen tot een andere oplossing komen dan verder procederen. Als die behoefte voor een andere oplossing er wel is, dan komt er vaak een schikking (ook wel: ‘minnelijke regeling’) tot stand.

Die schikking is vaak gebaseerd op wat partijen verdeeld houdt in de procedure, maar dat hoeft niet. Juist omdat de rechter geen beslissing neemt bij zo’n schikking, maar het partijen zelf zijn die de oplossing bedenken (al dan niet na advies van de rechter in hoger beroep, de ‘raadsheer’) hebben zij veel meer vrijheid dan een rechterlijke instantie.

Lukt het partijen om tot zo’n schikking te komen, dan wordt die vaak vastgelegd in een proces-verbaal van de zitting. Het grote voordeel daarvan is dat zo’n proces-verbaal dezelfde geldigheid heeft als een rechterlijke uitspraak. De reden daarachter is dat het proces-verbaal wordt vastgelegd door de rechterlijke instantie en het voorzien wordt van het stempel ‘in naam van de Koning’. Daardoor mag een deurwaarder over gaan tot het innen van de bereikte regeling, als die niet of niet goed wordt nagekomen.

Heeft u vragen over een mondelinge behandeling na aanbrengen, neemt u dan vooral contact op met onze specialisten.

Second opinion

Het Hof kent nog een andere mogelijkheid van het oplossen van het geschil; de zogeheten ‘second opinion’-procedure. In dat geval spreken partijen af dat het Hof de zaak, zoals die bij de rechtbank was dus zonder nieuwe argumenten en stukken, nogmaals te beoordelen.

Het grote voordeel van deze procedure is de snelheid ervan. Partijen krijgen snel een nieuw oordeel van het Hof en weten daardoor (veel) sneller waar zij aan toe zijn.

Mocht u vragen hebben over de second opinion-procedure, of op zoek zijn naar advies hierover, neemt u dan vooral contact met ons op.

Verder verloop procedure in hoger beroep

Besluiten partijen geen gebruik te maken van de second opinion-procedure en wordt er ook geen schikking bereikt, dan zal de partij die in hoger beroep is gegaan (de ‘appellant’) een termijn krijgen om zijn of haar processtuk in te dienen. Dat processtuk heet de memorie van grieven.

Daarna mag de gedaagde partij (‘geïntimeerde’) het processtuk indienen; dit processtuk wordt de ‘memorie van antwoord’ genoemd. Het is voor de geïntimeerde overigens mogelijk ook zelf weer een tegeneis in te stellen.

Gebeurt dat, dan krijgt de appellant de mogelijkheid een eigen memorie van antwoord, alleen gericht op die tegeneis, in te dienen. Deze laatstbedoeld memorie van antwoord wordt de memorie van antwoord in reconventie genoemd. Net als bij de rechtbank wordt de procedure van de eisende partij namelijk conventie genoemd en de procedure van de tegeneis reconventie.

Als beide partijen hun processtukken hebben ingediend, dan laat het Hof het vervolgens vaak aan partijen over hoe het vervolg eruitziet. In de rolagenda komt dan te staan dat de zaak ‘voor partijberaad’ staat. Partijen kunnen dan nog vragen een reactie te mogen indienen op een bepaald stuk (‘akte’ genoemd), kunnen vragen om het inplannen van getuigenverhoren (‘enquête’ genoemd), kunnen vragen om pleidooi (dat kan trouwens zowel schriftelijk, als mondeling) en kunnen vragen om uitspraak (‘arrest’).

Als eenmaal een eindarrest is gewezen, dan is de procedure in hoger beroep afgerond.